Deelonderzoek huisbezoek


Een onderzoek naar het professioneel verpleegkundig handelen van jeugdverpleegkundigen bij het afleggen van huisbezoeken ter signalering van postpartum depressie

Hoe methodisch wordt er door de jeugdverpleegkundigen gehandeld tijdens een huisbezoek n.a.v. een positieve screening op postpartum depressie? Voelen jeugdverpleegkundigen zich competent genoeg om huisbezoeken in dit kader uit te voeren? Het antwoord op o.a. deze vragen is uitgewerkt door bachelorstudente Vera van de Beek, bachelorstudent Gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Twente én student HBO Verpleegkunde aan het Saxion.

Voor de uitvoering van de huisbezoeken zijn geen officiële richtlijnen opgesteld en de jeugdverpleegkundigen worden hiervoor niet speciaal opgeleid. Onderzocht is of in de wetenschappelijke literatuur een duidelijke visie te vinden is over de uitvoering van de huisbezoeken. En vervolgens in hoeverre de huidige werkwijze van de jeugdverpleegkundigen in Twente daarmee overeen komt.

Voor het onderzoek zijn medio 2013 dertien jeugdverpleegkundigen geïnterviewd die werkzaam zijn op verschillende consultatiebureaus in de regio Twente.

De belangrijkste bevinding uit de interviews is dat hoewel de jeugdverpleegkundigen het lastig vinden om het eigen handelen te verwoorden en in detail toe te lichten, ze wel via een methodiek van (1) gegevensverzameling, (2) zorgvraag verheldering, (3) vervolgstappen bepalen (risico-inschatting) en (4) evaluatie blijken te handelen. De jeugdverpleegkundigen geven aan dat de huisbezoeken bijdragen aan een completer beeld en overzicht van de situatie waarin de moeder verkeert.

De wetenschappelijke literatuur omtrent het verhelderen van de zorgvraag en het maken van een risico-inschatting tijdens huisbezoeken is beperkt. Wat naar voren komt is dat een zorgprofessional het meest effectief en accuraat is in het identificeren van de zorgvraag, als hij/zij de reflectieve-interactieve benadering aanneemt. Deze bevat de volgende kenmerkende aspecten;

de zorgprofessional:

(1) probeert direct de zorgvraag van de cliënt te achterhalen
(2) erkent direct de gevoelens van de cliënt,
(3) geeft context-specifieke, op maat gemaakt advies en
(4) streeft het cliënten-perspectief na.

De manier waarop de geïnterviewde verpleegkundigen moeders benaderen tijdens het huisbezoek, komt het meest overeen met deze reflectieve-interactieve benadering.

Bovendien zijn de jeugdverpleegkundigen overwegend positief over de mate waarin zij zicht krijgen op een mogelijke postpartum depressie en voelen ze zich voldoende competent voor het uitvoeren van de huisbezoeken. Zij stellen vast dat de vragenlijst op het consultatiebureau als het ware de weg vaak al vrij maakt voor een gesprek met de moeder over dit onderwerp in een huisbezoek. Daarentegen zijn de meeste jeugdverpleegkundigen van mening dat een checklist, een opfrissing van gesprekstechnieken en een sociale kaart een welkome aanvulling zouden zijn voor de praktijkvoering van huisbezoeken.

 

 

 

 

 

 

 

Vera van de Beek