Opzet van het onderzoek


Het onderzoek vindt plaats in 3 regio’s: Twente, Apeldoorn en Deventer. Twente is de interventieregio. Deventer en Apeldoorn vormen samen de controleregio’s.

Regio Twente

In de regio Twente wordt de screening op postpartum depressie uitgevoerd met een vragenlijst. Moeders wordt gevraagd om voorafgaand aan het bezoek aan het consultatiebureau met 1, 3 en 6 maanden een depressie vragenlijst van 10 vragen in te vullen. Tijdens het gesprek met de consultatiebureauarts wordt de vragenlijst besproken. Bij een verhoogde score bespreekt de arts met moeder of er behoefte is aan verdere hulp en kan moeder naar de huisarts verwezen worden. Ook kan de jeugdverpleegkundige op huisbezoek komen voor een uitgebreider gesprek.

 Regio’s Apeldoorn en Deventer

De regio’s Apeldoorn en Deventer zijn de controleregio’s. Dit betekent dat moeders in deze regio’s de gebruikelijke zorg krijgen en geen depressie vragenlijst in vullen. Als tijdens het gesprek met de consultatiebureauarts naar voren komt dat moeder mogelijk depressief is, kan moeder net als in regio Twente verdere hulp worden aangeboden, zoals een huisbezoek van de jeugdverpleegkundige of een verwijzing naar de huisarts.

 Meetmomenten

In alle regio’s wordt op drie momenten in het jaar na de bevalling aan de moeders gevraagd een vragenlijst in te vullen. Met de eerste vragenlijst wordt bekeken of de regio met screening en de regio’s zonder screening vergelijkbaar aan elkaar zijn. Bij de tweede vragenlijst gaan we na of de moeder is verwezen voor een postpartum depressie, of er hulpverlening is geweest en hoe het op dat moment met de moeder gaat. Via de laatste vragenlijst wordt de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind op dat moment in beeld gebracht.